Uw zoekacties: Historische encyclopedie Venlo

LEM Historische encyclopedie Venlo

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Toneel
LEM Historische encyclopedie Venlo
Toneel
Term:
Toneel
Beschrijving 1:
Over toneeluitvoeringen in vroeger eeuwen in Blerick is vrijwel niets bekend. De historie van het Blerickse toneel begint zo rond het eind van de negentiende eeuw. Leden van de in 1887 opgerichte zangvereniging Orpheus verzorgden meestal rond Kerstmis een voorstelling in het raadhuis, waar altijd veel publiek op af kwam. Die traditie bleef tot ver in de twintigste eeuw in stand. Bekende acteurs in de door Orpheus opgevoerde stukken waren Wiel Aerts en Henri Hermans. De eerste echte Blerickse toneelvereniging was De Tros. Wanneer zij werd opgericht en weer ter ziele ging is niet bekend, wel dat zij al in 1898 bestond, want toen plantten leden van de club ter gelegenheid van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina in de Wieën een Wilhelminaboom. De Tros heeft in elk geval nog in het begin van de twintigste eeuw bestaan. In Hout-Blerick deed toen een club, genaamd De Lustige Smookers van zich spreken. Later bestond er ook nog een Toneelclub Hout-Blerick. In 1908 richtten werknemers van de Centrale Werkplaats van de spoorwegen in Blerick een toneelvereniging op. Zij was echter geen lang leven beschoren. Buiten deze clubs traden er rond de eeuwwisseling ook nog Duitse gezelschappen op. Zij speelden in zalen en tenten voornamelijk zware, dramatische stukken. In de eerste helft van de twintigste eeuw voerden ook veel koren en voor andere doeleinden opgerichte verenigingen toneelwerken op. Zo stonden leden van de Sint-Lambertusvereniging op 14 januari 1912 op de planken bij de opening van het Volkshuis Sint-Lambertus (het latere Tivoli). Zij speelden het blijspel 'Baddoktoren'. Het in 1927 opgerichte Lambertuskoor had in de beginjaren een toneelafdeling. Deze voerde stukken op als 'Joseph in Dothan' en 'Joseph in Egypte' van Vondel. De opbrengst ervan kwam ten goede aan het koor.
Beschrijving 2:
De Hout-Blerickse gymnastiekvereniging Volharding trok in de jaren dertig stampvolle zalen met blijspelen. Een echte toneelvereniging kreeg Blerick op 22 oktober 1922. De door werknemers van de Centrale Werkplaats in januari 1921 opgerichte concertvereniging Onderling Kunstgenot begon toen een vrij zelfstandige toneelafdeling. Tot de initiatiefnemers daarvan behoorden Lei de Bie sr., Chris Lamers, Handrie Willems, Henk Overduyn, Sef Notermans en Sef Manders. Het eerste stuk dat de nieuwe vereniging speelde was in 1922 'De Bokkerijders'. Daarna volgden werken als 'De pastoor van Neuvilette', 'Rose-Kate', 'De Rozenkrans', 'Op hoop van zegen', 'De gebroeders Kalkoen', 'De Vreemdeling' en 'Ik heb gezondigd'. In de beginperiode werden vooral blijspelen opgevoerd. En met succes, want zaal Schell (later bioscoop Royal Irene) en zaal Apollo zaten telkens vol. De stukken werden overigens ook in de plaatsen rond Blerick op de planken gebracht. Onderling Kunstgenot trad op van Linne tot Broekhuizen. De expedities met het decormateriaal (vervaardigd door timmerman Lei de Bie sr.) daarheen werden allemaal per fiets ondernomen. De toneelafdeling van Onderling Kunstgenot maakte zich in 1934 geheel zelfstandig, een stap die nog een rechtszaak tot gevolg had over het gebruik van de naam. Een zaak die pas in 1948 werd beslist; de toneelclub kreeg het recht de naam te dragen. In de loop van de jaren veranderde de repertoirekeuze, de vereniging ging naast de blijspelen ook serieuze stukken spelen. Dat kwam onder meer omdat het spelpeil van de spelers door hun jarenlange ervaring toenam. Stukken die in de na-oorlogse periode op de planken werden gebracht waren onder meer 'Het spook van Canterville', 'Waarom zweeg je zolang', 'Polly Perkins', 'De bungalow', 'En ik dan?', 'Boeing, Boeing' en 'Babysit'. Een kassucces was de hernieuwde opvoering van 'Ik heb gezondigd', een drama over een brave huisvrouw met een buitenechtelijk kind, in de jaren 1946-1948.
Beschrijving 3:
In 1936 had dit stuk veel opzien gebaard en tot afkeurende reacties geleid bij de Blerickse geestelijkheid. Nu werd het meer dan vijftig keer voor volle zalen gespeeld. Bij de viering van het 45-jarig bestaan in 1967 bracht Onderling Kunstgenot het daarom nog eens op de planken. In 1969 begon de vereniging (vooral de damesleden) ook met jeugdtoneel. Er kwamen aparte afdelingen 'Groot toneel' en 'Jeugdtoneel'. Als eerste voorstelling speelde de jeugdafdeling 'Het goud van Repelsteeltje' voor leerlingen van basisscholen. Later volgden onder meer 'Ploef de domme boef', 'Vrouw Holle', Kabouter Prikkebaard en de boze tovenaar' en 'Koning Bombazijn'. De jeugdvoorstellingen trokken steeds enorm veel publiek. De belangstelling voor het volwassenentoneel nam onder invloed van de opkomst van het televisiekijken erg af. Bovendien kreeg de vereniging in de jaren zeventig te kampen met een tekort aan (vooral mannelijke) spelers. Ook werd ze door andere rampspoed getroffen, want in 1971 trof een windhoos de tent op camping De Schatberg in Sevenum waarin OKG juist had gespeeld. Daardoor werd veel schade aangericht aan decors, bühne, microfoons en schijnwerpers. Het succes van de jeugdafdeling sleepte de vereniging echter door de moeilijke jaren zeventig. In het decennium erna ging het weer wat bergop. De publieke belangstelling kwam terug, alhoewel er nog altijd geen uitverkochte zalen zijn, en de spelers en speelsters durfden zich aan wat moeilijkere stukken te wagen als 'Een bruid in de morgen' van Hugo Claus, 'Het huis van Bernarda Alba' van Fredrico Garcia Lorca en 'Ubu Roi' van Alfred Jarry. Onderling Kunstgenot bleef overeind en is daardoor de oudste toneelvereniging in de gemeente Venlo. Bekende namen uit de historie van de club zijn Lei de Bie sr., Nelly Meevis-Renkien, Annie Renkien, Gé van Beek, Baer Hutjens, Thei Jonkers, Ans Huys-Janssen en Jo de Bock-Janssen.
Bron:
Blerickclopedie
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS