Uw zoekacties: Historische encyclopedie Venlo

LEM Historische encyclopedie Venlo

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Oce
LEM Historische encyclopedie Venlo
Oce
Term:
Oce
Beschrijving 1:
Kopieermachinefabrikant. De multinationale onderneming Océ-Van der Grinten vond haar oorsprong in de boterkleurselfabriek van Van der Grinten aan de Hogeweg. Al lang voordat de Venlose boterkleurselfabriek in 1970 de produktie overdroeg aan Unilever had zij het accent verlegd naar het kopiëren. Louis van der Grinten, een van de drie zoons van Frans (op zijn beurt zoon van stichter Lodewijk) die in het bedrijf kwamen, was al in 1918 gaan experimenteren met de vervaardiging van blauwdrukpapier. Daarop konden kopieën gemaakt worden door er een lichtdoorlatend origineel op te leggen en het vervolgens te belichten. Er kwam dan een witte afdruk op een blauwe achtergrond. Naar dat produkt bestond in die tijd enorm veel vraag. Nadat Louis er in 1919 al in slaagde met de hand geprepareerd blauwdrukpapier te maken, kon dat produkt een jaar later machinaal gemaakt worden. De eerste mijlpaal van het huidige Océ-bedrijf werd op 12 mei 1920 bereikt, toen het voor het eerst machinaal geprepareerd blauwdrukpapier verkocht. Het produkt van Van der Grinten had wat voor op dat van andere fabrikanten: het was namelijk langer houdbaar en werkte sneller. Daardoor werd het meteen een succes. De drie Van der Grintens hadden de taken onderling verdeeld, Louis leidde het wetenschappelijk onderzoek, Piet was de financiële man en Karel stond aan het hoofd van de produktie. In de jaren twintig wist Louis een nieuw succes te boeken. Als concurrent voor het blauwdrukpapier was zogenaamd witdrukpapier op de markt gekomen. Dat was met chemicaliën geprepareerd papier waarop na belichting een zwarte afdruk op een witte achtergrond kwam te staan. Louis slaagde er in 1927 in dit produkt na te maken en kon het datzelfde jaar nog verbeteren. Hij ontwikkelde een procedé waarbij het papier niet meer met een kleurstofcomponent (voor het zwart) werd geprepareerd.
Beschrijving 2:
De kleurstof werd aan de ontwikkelvloeistof toegevoegd, en die vloeistof maakte het gebruik van ammoniak bij het ontwikkelen overbodig. Dit papier kreeg de aanduiding o.c., wat 'ohne componenten' betekende. Daarvan werd de latere bedrijfsnaam Océ afgeleid. Een nieuwe vinding was in 1936 het Retocé-procedé, waarbij het geprepareerde en van een raster voorziene papier op het origineel werd gelegd en daarna belicht. Daardoor konden nu ook kopieën worden gemaakt van ondoorzichtige originelen. Voor het ontwikkelen van het o.c.- en het Retocé-papier waren speciale ontwikkelapparaten nodig. Die bedacht het bedrijf zelf, maar liet het maken door anderen. De firma die dat voornamelijk deed, was de Venlose machinefabriek De Emwee. Toen de vervaardiging van complete kopieerapparaten steeds belangrijker ging worden, nam Océ de machinefabriek in 1958 over. Inmiddels had het bedrijf zich al weer op een andere kopieertechniek toegelegd: de xerografie. Die maakte gebruik van statische elektriciteit en werd daarna dé kopieertechniek. Met die techniek kon namelijk van vrijwel alle originelen een kopie worden gemaakt. In de jaren vijftig begon de uitbouw van Océ tot multinationale onderneming. Niet alleen werden in 1958 de aandelen naar de beurs gebracht, wat in feite het einde van de familie-onderneming betekende, ook werd dat jaar de eerste dochteronderneming opgericht. Na deze dochter in Duitsland volgden er onder meer in België, Zweden, Oostenrijk, Denemarken, Italië en Noorwegen. In Frankrijk nam Océ een al bestaande firma over en bouwde die uit tot dochtermaatschappij. Hoofdprodukt van Océ werden nu complete kopieerapparaten. Deze vonden gretig aftrek, waardoor het uitstekend ging met het Venlose bedrijf. Nog beter ging het nadat in 1973 het kopiëren op gewoon papier werd geïntroduceerd. In dat jaar bracht het bedrijf de Océ 1700 op de markt, een kopieerapparaat voor de kantoormarkt waarin voor het eerst de elektrofotografie toepassing vond.
Beschrijving 3:
Het kopiëren op gewoon papier werd een enorm succes, waardoor de Venlose firma de vleugels nog verder uit kon slaan. Nadat in 1977 het Britse Ozalid was overgenomen, volgden in de jaren tachtig pogingen om in de Verenigde Staten voet aan de grond te krijgen. Die mislukten in eerste instantie, net als het eerst fout ging met de Britse overname. De sanering van Ozalid en het Amerikaanse avontuur kostten Océ tientallen miljoenen. In diezelfde jaren tachtig werd echter al de basis gelegd voor nieuwe successen. Het bedrijf bouwde de onderzoeksafdeling (research & development) tussen 1981 en 1986 fiks uit. Het aantal researchmedewerkers steeg in die periode van 500 tot 1000. Voor de uitbouw van de onderzoeksafdeling kreeg de firma voor ongeveer 200 miljoen gulden aan subsidies en kredieten van het ministerie van economische zaken. De nieuwe produkten die in de jaren tachtig werden ontwikkeld sloegen in het begin van de jaren negentig goed aan, ook in de Verenigde Staten. Daardoor kwam Océ uit een klein dal waarin het aan het eind van de jaren tachtig was terechtgekomen en dat aan enkele honderden werknemers hun baan kostte. Aan het begin van het laatste decennium van de twintigste eeuw was Océ-Van der Grinten uitgegroeid tot een multinationale onderneming, met wereldwijd zo'n 12.000 werknemers (tegen 11 in 1921, 356 in 1956 en 700 in 1958). Het bedrijf vervaardigde nog altijd vooral kopieerapparaten, zowel voor gebruik op kantoor als in de tekenkamer. Een specialisme was de vervaardiging van zogenaamde high volume copiers, kopieerapparaten die heel snel grote hoeveelheden kwalitatief goede kopieën konden maken. Andere produkten waren printers en plotters. De omzet bedroeg in 1991 2,9 miljard, de winst 101 miljoen gulden. De hoofdvestiging van Océ-Van der Grinten was in 1992 nog steeds Venlo. Het hoofdkantoor (in 1976 gebouwd en tien jaar later uitgebreid) en tal van andere gebouwen stonden in Venlo-Noord.
Bron:
Venloclopedie
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS