LEM Historische encyclopedie Venlo

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Nolens, hubertus
LEM Historische encyclopedie Venlo
Nolens, hubertus
Term:
Nolens, hubertus
Beschrijving 1:
Priester-politicus. Willem Hubert Nolens werd op 7 september 1860 geboren in Venlo. Hij was de tweede zoon van de leerlooier Martin Nolens en Hermina Linskens. Nolens, die door zijn moeder zeer godsdienstig werd opgevoed, volgde in Venlo lager en uitgebreid lager onderwijs, om vervolgens in 1870 te beginnen aan de voorbereidende klas voor de driejarige HBS. Na de HBS voltooid te hebben, ging hij in 1874 naar het Bisschoppelijk College in Weert en vandaar in 1878 naar Rolduc. Daar studeerde hij filosofie en bereidde hij zich voor op het staatsexamen gymnasium. Hij slaagde daarvoor in 1880 en toog vervolgens naar Utrecht om rechten en staatswetenschappen te studeren. In 1884 slaagde hij voor het doctoraal examen recht, een jaar later voor het doctoraal examen staatswetenschappen. Vanaf 1884 studeerde hij bovendien theologie aan het groot-seminarie in Roermond, een studie die bekroond werd met zijn priesterwijding op 25 maart 1887. In 1888 werd hij leraar te Rolduc, een functie die hem de gelegenheid gaf te werken aan zijn proefschrift 'De leer van de H. Thomas van Aquino over het recht'. Daarop promoveerde hij op 12 februari 1890. Diezelfde dag werd hij doctor in de staatswetenschappen door op enkele stellingen te promoveren. Na deze uitstekende studieresultaten leek een wetenschappelijke loopbaan voor Nolens weggelegd, of anders toch een reeks van belangrijke functies binnen de katholieke kerk. Het werd echter een loopbaan in de politiek.
Beschrijving 2:
Aan het begin van de jaren negentig kwam Nolens in contact met de priester-politicus Herman Schaepman. Deze maakte hem warm voor de politiek. Toen hij in 1896, na het overlijden van het Noordlimburgse kamerlid Leopold Haffmans, door enkele Noordlimburgse burgemeesters werd gevraagd zich kandidaat te stellen, stemde hij dan ook toe. Hij moest het opnemen tegen Emile Haffmans, de broer van het overleden kamerlid. Na een felle verkiezingsstrijd, onder meer gevoerd via het Venloosch Weekblad en de Venloosche Courant, werd Nolens op 13 oktober 1896 voor het kiesdistrict Noord-Limburg in de Kamer gekozen. Hij kreeg 1396 van de 2112 uitgebrachte stemmen, Haffmans 699. Zijn verkiezing was het begin van een indrukwekkende politieke carrière. Hij bleef niet alleen tot aan zijn dood in 1931 lid van de Tweede Kamer, maar leidde bovendien vanaf 1910 de fractie van de R.K. Staatspartij en was daardoor een van de machtigste politici van het land. Tijdens de eerste jaren van zijn politieke loopbaan bleef hij lesgeven te Rolduc. Na zijn benoeming in 1909 tot buitengewoon hoogleraar in de arbeidswetgeving aan de universiteit van Amsterdam kwam daaraan een einde. De politicus Nolens toonde zich sociaal bewogen, hij maakte zich sterk voor betere werk- en leefomstandigheden voor de arbeiders. Hij was daarbij geïnspireerd door de encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII uit 1891.
Beschrijving 3:
Vanaf het allereerste begin van zijn politieke carrière zette hij zich in voor exploitatie van de steenkoolvoorraden in Limburg en verbetering van de positie van de Limburgse mijnwerkers. Hij werd dan ook meteen bij de oprichting in 1902 lid van de Mijnraad, die de regering van advies diende over het mijnwezen. Als lid en later (vanaf 1913) voorzitter van de raad drong hij onder meer aan op invoering van verplichte rusttijden, uitkeringen bij ongelukken en ziekte, scholing en het bouwen van goedkope huurwoningen. Nolens stimuleerde de mijnwerkers bovendien tot oprichting van een bond die hun belangen kon behartigen. De in 1903 opgerichte Centrale Bond van R.K. Mijnwerkersvereenigingen in Limburg was een uitvloeisel daarvan. Nolens werd de eerste geestelijk adviseur van de bond. Hoewel hij zich, zeker nadat hij in 1910 voorzitter van de kamerfractie van de R.K. Staatspartij was geworden, vooral met de nationale politiek bezighield, vergat hij Limburg nooit. Hij zette zich voortdurend in voor de belangen van de provincie waarin hij geboren was. Dat bleek niet alleen uit zijn bemoeienissen met de mijnwerkers, maar ook door zijn persoonlijke tussenkomst bij lokale kwesties. Zo werd dankzij Nolens' invloed de apotheker H. van Rijn in 1900 tot burgemeester van Venlo benoemd en wist hij diverse malen te voorkomen dat het in Nederland verboden zou worden om met buitenlands geld te betalen.
Beschrijving 4:
Dat zou immers rampzalig voor zijn geboortestad Venlo zijn geweest, waar Duits geld een grote rol speelde in de lokale economie. De band met zijn geboortegrond en zijn kiezers onderhield hij ook door vanaf 2 januari 1897 wekelijks een hoofdartikel te schrijven voor de Venloosche Courant en later de Nieuwe Venlosche Courant. De hoofdartikelen handelden bijna allemaal over politiek, slechts sporadisch waagde hij zich aan andere onderwerpen. Na 1909 ging de verschijningsfrequentie van de artikelen door tijdgebrek van Nolens omlaag tot ongeveer 30 per jaar, na 1914 zakte dat aantal tot 10 per jaar. Het laatste hoofdartikel van zijn hand verscheen op 16 juni 1917 in de Nieuwe Venlosche Courant, die inmiddels als de 'krant van Nolens' werd aangeduid. In totaal schreef de priester-politicus tussen 1897 en 1917 ongeveer 780 artikelen. Het uitdrogen van de stroom artikelen had alles te maken met zijn steeds grotere bemoeienis met de nationale politiek. Van 1913 tot 1929 was hij bijvoorbeeld, als gevolg van zijn voorzitterschap van de kamerfractie van de R.K. Staatspartij, betrokken bij alle kabinetsformaties. Zonder die R.K. Staatspartij was geen kabinet mogelijk. Er gingen in die jaren ook stemmen op om Nolens premier of tenminste minister te maken. Dat kwam er niet van, niet omdat Nolens zo'n functie afwees, maar omdat de katholieke kerk die toch al niet zo blij was met priesters in de politiek hem dat verbood. Wel kreeg hij in 1923 de eretitel minister van staat. Zo bleef de toentertijd machtigste politicus van katholiek Nederland steeds achter de schermen werkzaam.
Beschrijving 5:
Wellicht ter compensatie was hij lid en in een aantal gevallen voorzitter van tal van organisaties, zoals de Hoge Raad van Arbeid (belangrijk orgaan waarin vertegenwoordigers van de regering, de werkgevers en de werknemers overleg voerden over sociale maatregelen), de Nederlandse Werkloosheidsraad en de Nederlandse R.K. Vereeniging tot bevordering van de Wereldvrede. Ook op internationaal politiek vlak manifesteerde hij zich nadrukkelijk. Hij bemiddelde tussen Nederland en het Vaticaan in een conflict over het Nederlands gezantschap en nam deel aan vele internationale conferenties over arbeidsvraagstukken. In 1926 werd hij zelfs president van de jaarlijks in Genève gehouden Internationale Arbeidsconferentie. Ondanks al zijn bemoeienis met de politiek en zijn inzet voor verbetering van de leef- en werkomstandigheden van de arbeiders, een sociale bewogenheid waaruit toch een warm kloppend hart bleek, liet Nolens zich emotioneel nooit kennen. Hij was afstandelijk, koel, zakelijk, nuchter en gesloten; karaktereigenschappen die hem de bijnaam 'de sfinx van het Binnenhof' opleverden. Willem Hubert Nolens overleed op 27 augustus 1931 in Den Haag. Op zijn uitdrukkelijk verzoek werd hij in Venlo begraven. Ter nagedachtenis aan zijn 'grote zoon' plaatste Venlo in 1953 een standbeeld van de politicus in het zogenaamde 'kleine park' bij het Mgr. Nolensplein. Het beeld werd op 3 oktober van dat jaar onthuld.
Bron:
Venloclopedie
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024

Kenmerken

Categorie:
  • Zonder categorie