Uw zoekacties: Historische encyclopedie Venlo

LEM Historische encyclopedie Venlo

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
Basisonderwijs
LEM Historische encyclopedie Venlo
Basisonderwijs
Term:
Basisonderwijs
Beschrijving 1:
Het basisonderwijs (vroeger lager onderwijs) was in Venlo vele eeuwen een aangelegenheid van geestelijken, particulieren en de stedelijke overheid. Hoewel er al in de vijftiende eeuw een op initiatief van de magistraat begonnen school moet zijn geweest, stichtte de overheid officieel pas in 1680 de eerste stadsschool, die werd gevestigd in de buurt van de Martinuskerk. In 1726 volgde de tweede stadsschool. Op beide scholen werd les gegeven in lezen, schrijven en rekenen. Venlose kinderen konden ook lager onderwijs volgen aan de in 1611 gestichte Latijnse school, die eigenlijke een middelbare opleiding bood. Omdat de Kruisheren die de school leidden het niveau van de andere scholen niet goed vonden, begonnen zij zelf met een voorbereidende klas. Verder waren er in de achttiende eeuw nog meisjesscholen verbonden aan twee zusterkloosters, een officiële particuliere en enkele niet erkende particuliere scholen. Als gevolg van de sluiting van kloosters door de Franse bezetters in 1797 was de rol van de geestelijkheid in het Venlose onderwijs enige tijd uitgespeeld. De particulieren namen die al dan niet officieel over. In de Franse tijd kwamen er zes van die scholen bij, terwijl de tweede stadsschool enkele jaren zijn deuren sloot. Aan de opbloei van de particuliere scholen kwam na de Franse tijd even een einde. De regering gaf namelijk de voorkeur aan openbare scholen. In Venlo leidde dat tot een grote toestroom van leerlingen naar de twee stadsscholen en de stichting in 1817 van een rijks lagere school, bedoeld voor kinderen van militairen en aanzienlijke burgers.
Beschrijving 2:
Tijdens de Belgische tijd (1830-1839) nam het aantal onderwijsinstituten in Venlo sterk toe. Waren er bij de komst van de Belgen slechts vier lagere scholen (de twee stadsscholen, de rijks lagere school en een particuliere school), in 1838 waren er negen (de twee oude stadsscholen plus een in 1836 in de bantuin gestichte nieuwe, de in 1831 geopende armenschool, vier particuliere instituten en een stadstekenschool). De toename van het aantal particulieren dat thuis onderwijs gaf, ging na het vertrek van de Belgen nog even door. In de tweede helft van de negentiende eeuw raakte hun rol echter uitgespeeld. Broeders en zusters namen die taak over. In 1856 vestigden de Zusters van Liefde uit Tilburg zich in Venlo en namen het particuliere schooltje van Rosalie Wentzky over. Na hen begonnen de Zusters Ursulinen in 1885 met een meisjeskostschool. De Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Onze Lieve Vrouw startten in 1894 met een jongensschool. Rond 1900 had Venlo zes lagere scholen: de drie stadsscholen en de drie door zusters en broeders geleide instituten. Feitelijk beschikte de stad dus over drie openbare en drie bijzondere scholen. De openbare stadsscholen waren tijdens de vele eeuwen van hun bestaan steeds net zo katholiek geweest als de bijzondere. Er woonden in Venlo nauwelijks andersdenkenden, dus was er geen noodzaak geweest om echt neutraal onderwijs te geven. Na 1900 veranderde dat door de komst van veel andersdenkenden.
Beschrijving 3:
De regering ging daardoor meer eisen stellen aan het neutrale karakter, terwijl de leiders van de katholieke kerk zich van de scholen gingen afwendden. Gevolg was de stichting van veel nieuwe katholieke (bijzondere) scholen in Venlo. Dat werd nog eens vergemakkelijkt doordat vanaf 1917 bijzondere en openbare scholen door de wet werden gelijkgesteld, waardoor naast het openbare nu ook het bijzonder lager onderwijs geld ter beschikking kreeg en de stichting van een bijzondere school door de schoolwet van 1920 de initiafnemers geen geld meer kostte. Voor die tijd hadden de katholieken voornamelijk zelf moeten opdraaien voor de kosten van hun bijzondere scholen. In de eerste helft van de twintigste eeuw was sprake van een hausse in het openen van scholen. In de jaren dertig telde de stad 19 katholieke lagere scholen en in 1946 zelfs 24. Daarentegen bleef er nog maar 1 openbare school over. Het aantal lagere scholen nam na 1950, ondanks enkele geboortegolven, af. In 1991 waren er in Venlo nog 13 bijzondere basisscholen (waaronder de School met de Bijbel, de Montessorischool en de Vrije School) en 1 openbare school.
Bron:
Venloclopedie
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS