Omhoog
Aanmelden
Login
Gemeentearchief Venlo
Skip Navigation LinksHome > Ik zoek > Archieven

Archieven

Zoeken in de archiefcatalogus

 LEM Historische encyclopedie Venlo
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Tweede wereldoorlog
LEM Historische encyclopedie Venlo
Tweede wereldoorlog
Term:
Tweede wereldoorlog
Beschrijving 1:
Van 10 mei 1940 tot en met 1 maart 1945 werd de Venlose bevolking direct geconfronteerd met de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Venlo was een van de eerste Nederlandse steden die door de Duitsers geheel werd bezet. Zonder veel problemen konden zij op 10 mei tot aan de Maas oprukken. Daar kregen ze voor het eerst met serieuze tegenstand te maken. Ze werden vanuit kazematten aan de Blerickse kant onder vuur genomen. Hun poging om de Maasbruggen ongeschonden in handen te krijgen mislukte, doordat de gepantserde trein waarmee ze de spoorbrug hadden willen bezetten op het stationsemplacement defect raakte. Dat bood de Nederlanders de gelegenheid de bruggen de lucht in te jagen. De Duitsers waagden daarop de oversteek met rubberbootjes, maar moesten die poging vanwege te grote verliezen staken. Nadat de aanvallers er noordelijk van Venlo wel in slaagden om de westelijke oever van de Maas te bereiken, trokken de Nederlandse verdedigers zich terug of werden uitgeschakeld. Vanaf de allereerste oorlogsdag was Venlo dus in handen van de bezetter. Nadat aanvankelijk alles nog een beetje zijn gewone gang ging, kwamen er na de zomer grote veranderingen. Die hadden alles te maken met de aanleg van een enorm vliegveld op de Grote Heide. Het bestaande vliegveld werd daartoe door de Duitsers tussen oktober 1940 en maart 1941 uitgebouwd. Op 18 maart 1941 werd een 25 vierkante kilometer grote vliegbasis in gebruik genomen, die Fliegerhorst Venlo-Herungen werd genoemd. Voor de aanleg was de inzet van zo'n 15.000 arbeiders nodig. Veel van deze vooral uit Limburg, Brabant en Gelderland afkomstige arbeiders werden ingekwartierd. Dat gebeurde niet alleen bij particulieren, maar ook in gevorderde zalen zoals Venlona en De Prins en in een speciaal daartoe op het Gaasplein (nu Mgr. Nolensplein) gebouwde barak. De aanwezigheid van de arbeiders tussen oktober 1940 en maart 1941 leidde tot heel wat onrust in Venlo.
Beschrijving 2:
De luchtgevechten tussen de op de Fliegerhorst Venlo-Herungen gestationeerde eenheid 'Nachtjäger' en geallieerde toestellen en later in de oorlog de bombardementen op het vliegveld zouden echter voor heel wat meer onrust zorgen. Er vielen slachtoffers doordat vliegtuigen hun bommenlading loosden, neerstortten in bewoond gebied of het verkeerde doel bestookten. De eerste echte aanval op de voor de Duitsers zo belangrijke vliegbasis werd pas in de nacht van 1 op 2 februari 1942 uitgevoerd, overigens zonder veel schade aan te richten. Daarna volgden nog vele andere bombardementen. In de stad Venlo zelf was niet alleen door de aanwezigheid van het vliegveld veel veranderd. Al snel na de inval was er niet meer vrijelijk voedsel beschikbaar, maar werden vele etenswaren gedistribueerd. Later volgde een zelfde maatregel voor kleding en goederen. Ook de vele voorschriften en verordeningen van de bezetter grepen in op het dagelijks leven. Langzaam maar zeker namen de Duitsers de bevolking in een wurgende greep. Vanuit de Ortskommandantur aan de Spoorstraat, waar eerst Ortskommendant Bierdümpel en later majoor Pralle zetelde, hield de bezetter de Venlonaren in de gaten en onder controle. Een van de eersten die daar zijn consequenties uit trok, was burgemeester Berger. Hij nam op 18 augustus 1941 ontslag. Datzelfde jaar kwam ook het georganiseerde verzet op gang. Vanuit Venlo werd de gewestelijke afdeling van de Orde Dienst (een geheime verzetsorganisatie van voormalige militairen) geleid en vanaf augustus 1943 ook de regionale afdeling van de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.). De eerste Venlonaar die zijn verzet met de dood moest bekopen, was deken Van Oppen. Hij kwam op 17 februari 1943 in het concentratiekamp te Vught om het leven, na te zijn opgepakt vanwege zijn actie tegen het vertonen van Duitse films in de Venlose bioscopen. Een aantal andere Venlonaren dat zich verzette, wachtte een zelfde lot.
Beschrijving 3:
De ernstigste bedreiging voor het lijfelijk welzijn van de Venlonaren ging gedurende het grootste deel van de oorlog, en zeker na het begin van de geallieerde luchtaanvallen op het Roergebied en het Rijnland najaar 1942, van de vliegbasis uit. Dat werd voor het eerst goed duidelijk op 8 april 1943. Duits afweergeschut haalde een Britse bommenwerper van het type Wellington neer, die na een aanval op Duisburg op weg naar huis was. Voordat het toestel in Blerick neerstortte, liet het zijn overgebleven bommen boven Venlo-Zuid vallen. Daarbij kwamen acht mensen om het leven, een ander stierf enkele dagen erna. Hoewel de geallieerden eind 1943 en begin 1944 alles in het werk stelden om het 'Nachtjägergeschwader' in Venlo uit te schakelen en dus de basis geregeld bombardeerden, vielen er pas in augustus 1944 opnieuw slachtoffers. Bij een bombardement op 15 augustus lieten de aanvallers hun bommen te vroeg vallen en werd de omgeving van de Leutherweg en de Maagdenberg getroffen. Daarbij vonden elf mensen de dood. Twee weken later was het andermaal raak. Op 3 september gaven geallieerde bommenwerpers de Duitse vliegbasis met een massief bombardement de genadeslag. Verkeerd gerichte bommen kwamen echter ook in bewoonde delen van de stad terecht en kostten aan negen mensen het leven. Daarna leverde de basis echter geen gevaar meer op voor de Venlonaren, want de Duitsers herstelden nog maar één startbaan: om te vluchten. Voor hun vlucht op 5 september 1944 lieten ze zelf de voornaamste gebouwen de lucht in vliegen. Inmiddels hadden ook de geallieerde landtroepen successen geboekt. Na de landing in Normandië op 6 juni 1944 rukten zij snel door Frankrijk en België op naar het noorden. Op 13 en 14 september werd Maastricht bevrijd en op 17 september kwamen luchtlandingstroepen neer bij Eindhoven, Arnhem en Nijmegen. De Venlonaren hoopten daardoor op een spoedige bevrijding en dachten met betrekkelijk weinig menselijke offers en materiële schade door de oorlog te komen.
Beschrijving 4:
Dat viel echter tegen. De opmars van de geallieerden stagneerde op de westelijke oever van de Maas en Venlo werd met zijn bruggen (die meteen na de bezetting waren hersteld) van enorm belang voor de Duitsers. Via de bruggen bevoorraadden zij hun troepen op de westoever. De geallieerden begrepen het belang van de vernietiging van de bruggen voor het welslagen van hun bevrijdingsoperatie en bestookten ze vanaf 13 oktober tot en met 19 november in totaal 13 keer. Tal van bommen kwamen niet op de bruggen, maar in de stad neer en veranderden haar in een puinhoop. Bij de rampzalige bombardementen kwamen ongeveer 300 burgers om het leven. Terwijl de bevrijding nabij was, werd Venlo een van de zwaarst getroffen steden van het land. De bombardementen hadden ook nog niet eens het gewenste effect. De bruggen derden door de Duitsers op 25 november zelf vernietigd. Enkele dagen later, op 3 december gaven zij de westoever op en trokken zich terug achter de Maas. Vanaf die dag vormde de rivier de frontlinie en verdedigden de Duitsers Venlo met man en macht, omdat ze wisten dat wanneer de stad viel de weg naar het Roergebied voor de geallieerden open lag. De overgebleven burgers van de stad hadden vervolgens zwaar te lijden van granaten die vanaf de westelijke oever werden afgevuurd. Bovendien werd het optreden van de Duitsers harder en gewetenlozer. De Sicherheitsdienst (S.D.), die na de bevrijding van Maastricht begin september haar hoofdkwartier in Venlo had gevestigd, voerde een waar schrikbewind uit. Beruchte figuren als Strobel en Nitsch stroopten de stad en omgeving af. Maar het werd allemaal nog erger: er volgde een barre, koude winter met grote voedseltekorten. Een winter die uit angst voor de granaatbeschietingen van de geallieerden en de razzia's van de Duitsers (die elke man als arbeidskracht naar Duitsland stuurden) in de kelders moest worden doorgebracht. En of dat alles nog niet genoeg was, besloten de Duitsers dat de stad moest worden ontruimd.
Beschrijving 5:
Op zondag 14 januari begon de evacuatie en trokken de meeste Venlonaren naar Straelen, waar ze op de trein naar het noorden van Nederland werden gezet. Daar wachtten ze hun bevrijding af. Voor de achtergebleven plaatsgenoten kwam die eerder en niet van de verwachte westelijke Maasoever, maar vanuit het oosten. Op donderdag 1 maart 1945 trok het 784e Amerikaanse tankbataljon, onder leiding van luitenant-kolonel George Dalia, via de Kaldenkerkerweg de stad binnen. Een stad waarvan de Amerikanen pas laat in de gaten kregen dat het een Nederlandse was. Een dag erna waren alle in Venlo overgebleven Duitsers gevangen genomen of verjaagd en was de stad helemaal bevrijd. Aan de nachtmerrie was een eind gekomen. De oorlog had in totaal aan 620 mensen, waaronder een groot deel van de joodse inwoners, het leven gekost. Zie: Venlo-incident, Verzet en Vliegveld.
Bron:
Venloclopedie
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Archieven
© Copyright 2012  |  Gemeentearchief Venlo