Omhoog
Aanmelden
Login
Gemeentearchief Venlo
Skip Navigation LinksHome > Ik zoek > Archieven

Archieven

Zoeken in de archiefcatalogus

 150 Stadsgericht Venlo 1351 - 1796
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inventaris
1 Verantwoording
1 Registers
2 Charters (chronologisch geordend)
3 Regestenlijst
"Gegeven in t jair Ons Heren dusent virhondert vijfendeseventich opten Heyligen Pinxstavondt" Johan Vullinch, richter, Johan van Lomme der alde en Johan van Lomme der jonge, schepenen te Venle, verklaren dat Gerat van Lomme verkocht heeft aan Johan Mercator en zijn echtgenote Lysbeth twee marken zeven schillingen en tien penningen, zeven alden groten Turnose, vier hoenderen en een grote tijnsgulden rente, waarvan jaarlijks betaald zal worden zes groten of twee schellingen mret Pinksteren, zeventien groten of vijf schillingen en acht penningen ten laste van de koolhof van Reynken Heeskens gelegen in de Weverweiden met Sint Jacob, zestien groten of vijkf schillingen en vier penningen ten laste van het huis dat van wijlen Heiskens placht te zijn gelegen op de [Schoel?]beke tussen enerzijds het huis van wijlen Wyn Cacken en anderzijds de koolhof van het Gasthuys, vier hoenderen ten laste van de "hoestat" waar het huis van Margreten Sparbux placht te staan gelegen tegen het Hertogenhoeve van Gelren met Sint Remigius, zes groten of twee schillingen ten laste van voornoemde "hoestat" met Pinksteren, ten laste van een "cameren" gelegen op de Lommestraten [Lomstraat] bij het huis van Brusten, 14½ groten of vier schillingen en tien penningen met Sint Martinus en ten laste van een koolgaard gelegen in den Wanne bij voornoemde camp van Gerat, de zeven alde grote Turnose of zes groten ten laste van voornoemde "hoestat" gelegen tegen 's-Hertogenhoeve van Gelren met Sint Andries en ten laste van de moeshof van meister Heynrick Bartschers gelegen in de Weverweiden tussen enerzijds de koolhof van Stynen Voeghts en anderzijds de koolhof van Didde Putken, een mark met Sint Gertrudis en een tijnsgulden met Andries ten laste van de voornoemde koolgaard bij voornoemde kamp van Gerat voornoemd. Alle zegels zijn verloren
"Gegeven in den jaer Ons Heren dusent vierhondert ende achtendedertich op Sent Katherinenavent der heiliger joncfrouwen" Lambrecht Mercator, richter, Sibrecht van Krekenbeck en Jacop de Weldich, schepenen te Venle, verklaren dat Willem Woest en zijn echtgenote Merrie geruild hebben een stuk van een koolhof gelegen op de Kerckstraten [Kerkstraat] achter hun stenen huis en erf naast enerzijds Henrick van Ghiffen erf en anderzijds de "droppe" en erf van het stenen huis van Willem en Merrie voornoemd en langs de koolhof van Willem en Merrie voornoemd, met Peter van Menss en Peter Piddel, als hospitaalmeesters te Venle, tegen een erftijns van twee Gelderse gulden (of per gulden: negen alde boddreger of tien Vlaamse placken of dertien alde Vleems) jaarlijks ten laste van een deel van het huis dat wijlen Andries Geltken geerfd had van zijn ouders en dat Andries voornoemd en zijn echtgenote Baetze verkregen hadden van Johan van Roggel en Metten Geldofs, gelegen op de Steynstraten [Steenstraat] tussen enerzijds erf van Willem Woest voornoemd en anderzijds Johan van Ruweel. Mocht het hospitaal ooit bouwen op deze koolhof zal men zes voet afstand moeten houden van voornoemd stenen huis en moet men zorg dragen dat het water van deze bouw en dat van voornoemd stenen huis weggeleid zal worden naar de zijde waar het hospitaal staat en niet over Willem en Merrie's koolhof en erf, en ook zal men dan geen licht benemen aan voornoemd stenen huis. Met de twee zegels van de richter en van schepen De Weldich, het zegel van schepen Van Krekenbeck is verloren.
"Gegeven in den jair Onss Heren dusent vierhondert sessendetsestich opten werdighen heiligen Durtteenavent" Arnt Vynck, Johan en Katrijne Vynck, broers en zuster, verklaren t.o.v. beiderzijdse magen en vrienden m.n. Johan van Lomme Artzoen en Ludolff van Belffelt een deling te zijn aangegaan van alle goederen gelegen binnen en buiten het gericht van Venle, afkomstig van wijlen hun ouders. Arnt Vynck en zijn echtgenote Margriet krijgen de hoeff te Eetgenraede met de laten c.a. gelegen in het kerspel Blerick en Gribbenvurst [Grubbevorst], de "husingen, kameren, invart, schueren ende coelgarde" gelegen op de Vleisstraten [Vleesstraat] naast het erf dat van Nezen van Raede placht te zijn. Johan Vynck krijgt de hoeff, molen en erf tghienen Venne gelegen bij Bruggen in het kerspel Borne met zijn laten en een malder rogge erfpacht c.a., met 4 morgen land en erf gelegen aen ghienen Raevenaess in het kerspel Kaldekircken [Kaldenkirchen], en verder een huis en erf te Venle op de Joedenstraten [Jodenstraat] naast erf van Lambert Mercator en een bij dit huis horende koolgaard buiten de Tyegelreporten [Tegelpoort] gelegen, een 1/2 malder rogge erfpacht en een kapoen erfgulden t.l.v. land gelegen achter de schuur van Willem Vynck bij Scholmontz en nog 12 witpenningen erftijns t.l.v. het huis en erf dat van Wyndelken Stoelen placht te zijn gelegen tegenover des Hertoighenhoeve van Gelre. Omdat het deel van Arnt beter is dan dat van Johan, moet Arnt nog 100 Rijns gulden en 25 malder roggen aan Johan geven.
150 Stadsgericht Venlo 1351 - 1796
3 Regestenlijst
"Gegeven in den jair Onss Heren dusent vierhondert sessendetsestich opten werdighen heiligen Durtteenavent" Arnt Vynck, Johan en Katrijne Vynck, broers en zuster, verklaren t.o.v. beiderzijdse magen en vrienden m.n. Johan van Lomme Artzoen en Ludolff van Belffelt een deling te zijn aangegaan van alle goederen gelegen binnen en buiten het gericht van Venle, afkomstig van wijlen hun ouders. Arnt Vynck en zijn echtgenote Margriet krijgen de hoeff te Eetgenraede met de laten c.a. gelegen in het kerspel Blerick en Gribbenvurst [Grubbevorst], de "husingen, kameren, invart, schueren ende coelgarde" gelegen op de Vleisstraten [Vleesstraat] naast het erf dat van Nezen van Raede placht te zijn. Johan Vynck krijgt de hoeff, molen en erf tghienen Venne gelegen bij Bruggen in het kerspel Borne met zijn laten en een malder rogge erfpacht c.a., met 4 morgen land en erf gelegen aen ghienen Raevenaess in het kerspel Kaldekircken [Kaldenkirchen], en verder een huis en erf te Venle op de Joedenstraten [Jodenstraat] naast erf van Lambert Mercator en een bij dit huis horende koolgaard buiten de Tyegelreporten [Tegelpoort] gelegen, een 1/2 malder rogge erfpacht en een kapoen erfgulden t.l.v. land gelegen achter de schuur van Willem Vynck bij Scholmontz en nog 12 witpenningen erftijns t.l.v. het huis en erf dat van Wyndelken Stoelen placht te zijn gelegen tegenover des Hertoighenhoeve van Gelre. Omdat het deel van Arnt beter is dan dat van Johan, moet Arnt nog 100 Rijns gulden en 25 malder roggen aan Johan geven.
Datering:
1466 januari 6
NB:
De zegelstaarten zijn van hergebruikte charters!
Zie ook
  • Verwijzing niet gevonden
"In dem jaire na der gebuert Unsers Jhesu Christi duysent vunffhundert in der vierder indictien na formen ind gewoenden dess stifftz ind stede Coelne [Keulen] zo schrijven up mayndach seesstzienden daigs dess mayndtz novembris zo tzien uren vurmiddage off umbdentrynt paiszdombsdes alrehullichsten in gude vaders unsers heren Alexanders van gotlicher vursichticheit paisz dess seesden in sijnen sevenden jaire" Herman van Glesch, greve, Coynrait van Gluer en Goedert Eychenster, schepenen te Coelne, verklaren in tegenwoordigheid van navolgende notaris en getuigen, dat Godert van Harve, erfkamerheer van het land van Gelre, die gezond en sterk zijnde, attesteert dat er twee geboeders Van Broichuysen in leven zijn geweest, zijnde ooms van zijn moeder, de eene genaamd Wilhelm van Broichuysen, ridder, en de andere Johan van Broichuysen. Wilhelm voornoemd heeft gehad een zoon genaamd her Johan van Broichuysen, ridder, die naar het Heilige Land is vertrokken en aldaar gestorven; Johan voornoemd, de broer van Wilhelm, heeft ook een zoon gehad genaamd Johan van Broichuysen, die ook erfkamerheer van het land van Gelre is geweest en heer van Wickroide [Wickrath], zijnde de laatste heer van Wickroide geweest van de stam van Broickhuysen en hij was getrouwd met de dochter van wijlen heer Scheiffartz van Roide, heer te Hemmerszbach [Hemmersbach], ridder; zij is voor hem gestorven zonder levende kinderen na te laten, daarna is Johan getrouwd met Margriet van Gymmenich, dochter van Johan van Gymmenich de alde, ridder, waarna Johan is gestorven voor Margriet eveneens zonder levende geboorte na te laten, waarna Margriet Johans goederen in vruchtgebruik heeft gehad, waardoor Godert van Harve erfgenaam is geworden, aangezien zijn moeder een zuster was van de gebroeders Wilhelm en Johan van Broichuysen, waarna Godert drie brieven met aanhangende zegels toont ten laste van de tol te Venloe en 100 gulden jaarrente te Wanckhem [Wankum], welke brief begint met "Wij Reynart van der gnaden
"In den jare Onss Heren duysent vijffhondert ind tyen op Sente Severijnsavent des heligen busschops" Ten overstaan van de familie worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Gerart van Kessel gnant Roeffart en Metten de Groet. Gerart brent in twee hoven c.a. gelegen te Kessell toe Oeen, de Roeffairtzhoeff met de molen gelegen in het gericht Venle. Met brengt in een hof c.a. geheten Ther Schaeren gelegen in het Land van Kessell to Raide [Venray], die aan hen zal worden overgegeven door Cathrijn de Groet en Gairt Bugell. Gerart heeft een van de twee hoven te Kessel in leen van Broickhuysen [Broekhuizen] en hij mag met deze hof doen hetgeen hem beliefd tijdens of na dit huwelijk en hetzelfde mag Met doen met 1/3 deel van voornoemde hof te Venray. Na het overlijden van haar moeder, Cathrijn de Groet, zal Met haar goederen delen met haar broer Jan de Groet. Jan en zijn echtgenote dienen dan wel weer het huis te Venle, waarin ze thans wonen, in te brengen, evenals vijf morgen land aldaar. Met de Groet heeft nog voorkinderen in leven verwekt met Ott van Wailwicke. Zij zullen Jan de Groet betalen met goederen gelegen te Grave en met de hof To Mere gelegen te Raide en daarmee Met en Gerard schadeloos houden. Uit dezelfde goederen zullen deze voorkinderen ook jaarlijks 19 malder rogge betalen aan Gairt Bugels. Zegelaars zijn Gerart en Met voornoemd, en namens Gerart: ... Vinck, Marsielis van Berongen, Gairt Roeffairt en Jan Leijendecker, en namens Met en Jan de Groet: Gairt Bugell en Gerart Bugell. Alle zegels zijn verloren.
"Geschiet ind gegheven in dem jair Uns Heeren dusent vijffhundert vijffindvierttich up Synt Laurentzdach nemptlichen den thienden oustmaent" Huwelijkse voorwaarden opgesteld ten overstaan van vrienden en magen tussen Gerart Middelman van Ercklens [Erkelenz] enerzijds en anderzijds Anthonia van Beringen. Gerhart geeft aan Anthonia tussen de 40 en 50 goudgulden jaarlijkse erfrente uit zijn goed gelegen bij Ercklens en tevens te gebruiken door hun eventuele gezamelijke kinderen en eventueel te vorderen op Gerarts voorkinderen, en indien deze eventuele kinderen jong komen te overlijden zal het geld vererven naar de zijde van herkomst. Maar Anthonia behoudt het levenslange vruchtgebruik ervan. Aangezien Anthonia nog de erfenis van haar moeder verwacht zullen haar voorkinderen verwekt met haar eerste echtgenoot Ghysbert Boegell samen eenkind zijn met de eventuele kinderen uit dit huwelijk. Anthonia beloofd ook de erfenis van haar moeder Agnes niet te zullen verkopen of bezwaren. Anthonia bezit 1650 gulden erftijnsrenten en 6 Horns gulden erftijns, volgens zegelbrieven, afkomstig van haar voorman Ghysbert Boegell, en daarvan krijgt na haar dood Gerart voornoemd het vruchtgebruik en na diens dood zullen deze renten weer in handen komen van haar voorkinderen en haar moeder Agnes van Beringen moet dan haar schoonzoon uit de roerende goederen 100 gouden Gelderse rijdergulden geven. [Indien Anthonia haar moeder overleeft zal ze samen met haar broer en zusters haar erfenis verdelen en daarna vererven op haar voorkinderen en eventuele nakinderen en later vererven naar de zijde waarvan het gekomen is]
"Gegeven in den jair Ons Heeren duysent vijffhondert niegenondviertich den derden daich novembris" Lenart van Beeck en Peter Putt, schepenen te Venloe, verklaren dat heer Henrick Kemerlinck, pastoor te Kessell, in het jaar [15]46 laatstleden en Gairt Burskens en Gerart Stockmans, schepenen van het kerspel Kessell, samen getuigd hebben dat een wettelijk huwelijk gesloten is geweest tussen Gerart Roffartz en Neesken Bruunss op 24 november 1546. Gairt, Thijs en Baetsken, kinderen van joncker Gerit van Kessell genant Roffart verzoeken hun vader voornoemd, dat hij Neesken Bruunss "in den heiligen echtenstaedt aenfangen wolde", waartoe zich Gerit vrijwillig toe bereid heeft verklaart en heeft met Neesken en zijn kinderen huwelijkse voorwaarden opgesteld als volgt: Gairt, Thijs en Baetsken zullen gelijke kinderen zijn met Neesken en haar kinderen Cornelis, Stijneken, Thoenis, Peter, Lijsbet en Gerat alsof ze van hetzelfde bed waren en zullen na de dood van hun vader diens erfenis samen delen; daarop is Gerart uit zonderlinge genade Gods en ingeven van de H. Geest vrijwillig uit zijn huis gegaan op de openbare straat onder de blauwe hemel en heeft voor God en de wereld met zijn voornoemde kinderen en heer Henrick Kemerlinck, pastoor van het kerspel Kessell, zijn biechtvader Aerndt Spee, zijn halfman Johan en zijn dienaar Stephen Moller nogmaals de huwelijkse voorwaarden vernieuwd en daarop heeft Gerart Neesken getrouwd en heer Henrick voornoemd heeft beiden "in den heiligen echtenstaedt uth sonderlinge liberteyt der geistlicher obricheyt ind erkentenisse oerer gerechticheit ingesegenet ind bevaelen in den name des Vaders ind des Soens ind des Heilgen Geists" en tegelijkertijd heeft Gerart tegen Neesken gezegd dat hij wilde dat gerechtelijk vastgelegd zou worden dat hun kinderen eenkindschap waren met Gairt, Thijs en Baets voornoemd.
"Gegeven anno vijffthienhundert ind dryindsestich up Sunt Jacopsdagh" Johan die Verwer en Johan in gen Huyß, schepenen te Venlo, verklaren dat Lyscken Muesen en haar kinderen met name Herman Muesen en zijn echtgenote Metgen en Cornelis Muesen en zijn echtgenote Meth enerzijds en anderzijds Peter Adams in gen Haeg soen en zijn echtgenote Luth ter beslechting van een misverstand over een gaetzen gelegen aan de Larporten [Laarpoort] tussen hun beider erven, scheidsrechters benoemen: van de kant van Lyscken, Peter Coppen, Matthyß Sweyns, Aelert Tryppemecker en Johan in gen Hoet, en van de kant van Peter, Johan van Bracht, Tylman Droe en Wilhem Doerß. Hun uitspraak luidt als volgt: Peter mag de muur van Lyscken afbreken en op dezelfde plaats weer opbouwen tot de hoogte en lengte die hij nodig heeft voor zijn bouw op voorwaarde dat hij de tegenwoordig liggende balken van Lysckens op zijn eigen kosten weer dient te verankeren; hetgeen hij kapot maakt moet Peter op zijn kosten weer opmaken en hetgeen hij uitbreekt zal hij zelf mogen behouden en ook zal Peter de muur van Lyscken "bewerpen" tot aan de onderste zolder met uitzondering van de "hanckamer" en Peter zal de gang van voor tot achteren zo breed laten als de vrienden daarvan de maat hebben. Niemand van beide partijen mag in de gang naar buitentoe draaiende deuren of ramen maken en ook geen palen in de gang uitsteken en ook het kelderraam van Lyscken mag niet naar buiten open gaan. Peter zal de gang boven betimmeren en mogen gebruiken, maar pas op een hoogte van zeven voet en de gaetz is voor gezamenlijk gebruik. Het water van hun beider erven zal van achter naar voren lopen en Peter zal een gat leggen op Lysckens "sperren", waardoor hun beider water zal lopen, zodanig dat Lyscken daarvan geen schade daarvan zal ondervinden; daarna zal het gat door beide partijen onderhouden worden.
"Gegeven anno etcetera vijffthienhundert ind niegenindsestich den twyntichsten dagh augusti des maentz" Deling tussen de gebroeders Johan Vinck en Sander Vinck. Het huis gelegen op de Alden Merckt [Oude Markt] waarin wijlen hun ouders Aert Vinck en Aelheidt van Greffraidt verstorven waren is thans in twee huizen en woonplaatsen verdeeld en hiervan krijgt Johan voornoemd en zijn echtgenote Walberg het huis met de daarachter liggende stal naast enerzijds het huis en erf van de kinderen van Elyzabeth in gen Huyß, en met de "hael" en de kist aan de deur en met de "croenen"; verder de koolhof, die omsloten is, gelegen bij de Tiegelstraten [Tegelstraat]. Aangezien voornoemd huis met stal minder waard is als het ernaast gelegen huis met stal c.a. zullen Johan en Walberg voornoemd van de acht morgen land gelegen aan gen Stelenboomken in het Hoenrevelt één morgen vooruit krijgen en bovendien zal Sander hen alle huidige schulden kwijtschelden en bovendien zullen de scheidsrechters een som geld vasstellen die Sander hen moet betalen. Sander en zijn echtgenote Tryn krijgen het huis gelegen naast het huis en erf van wijlen Peter Put en met de stal gelegen naast het huis en erf van de weduwe Anna Boener en ook achter en naast voornoemd huisplus de 100 rijders die daarop bezwaart staan. Het roerend goed dat in de huizen staat en hen beiden toekomt zal in de huizen blijven staan met name in Sanders huis de bedstede met de ingemaakte kist en in Johans huis de "hael", de kist aan de deur en "die croen". Sander en Tryn krijgen verder nog de omsloten koolhof, de helft van voornoemd land, waarvan Johan een morgen in vooruit krijgt.
"Gegeven in den jaren Unsers Heren dusent viffhundert sieventichseß den sievenden july des maendts" Johan van Stalbergen, drost van het Land Krieckenbeck, Sander Hasen, Dederich Golts, Thißcken Jennen en Gardt Berten, bode en schepenen te Hinßbeck [Hinsbeck], verklaren dat Johan van Greeffrade, burgemeester der stad Venlo, om twist te voorkomen tussen zijn voorkinderen en nadochter heeft bepaald dat zijn voorkinderen, die hij heeft verkregen van zijn eerste echtgenote Johanna van Rostrum, de goederen krijgen zoals bepaald was in hun huwelijkse voorwaarden en zijn nadochter Anna ontvangt hetgeen Johan voornoemd in 1557 heeft geerfd van wijlen zijn tante Anna van Walwyck, kloosterlinge in het klooster in der Weiden te Venlo, zijnde 3½ morgen land en drie malder rogge gelegen te Venlo en verder alle goederen, die hij tijdens zijn huwelijk met zijn huidige echtgenote Judth Hanen van zijn moeder heeft geerfd, welke goederen Lenart van Beeck intussen in bezit had genomen, te weten de hof te Kessell en de hof te Hinßbech c.a. en die hij ook in het huwelijk heeft gebracht bij de huwelijkse voorwaarden met zijn huidige echtgenote aangezien de vrienden van de voorkinderen geweigerd hadden de nakinderen ""eenkind" te maken met de voorkinderen en omdat hij lang op de dood van voornoemde Lenart van Beeck heeft moeten wachten. De akte is ondertekent door: "(?)at: Winter Landtschrieber (inder)tijt"(?) De akte was bezegeld door Johan van Greeffrade, de drost en de schepenen, in totaal 7 zegels. Alle zegels zijn verloren.
Op papier een akte met een touwtje vastgehecht aan nog drie papieren aktes en aan drie charters, met de volgende tekst (volgt transcriptie): "Specificatie van charters ende documenten door Joannes ende Anthonius Mochon ingevolgh versoeck van den 17 novembris 1727 door Fran- cis Ougier als man ende momboir van Elisabeth Peters gedaen onder ordonnantie daerop verleent raeckende den huyse descabel ges..[= weg] in handen van den grif- fier van den Hove. Eerstelijck een acte van overdraght den 30 marty 1593 gepasseert voor Johan van Beringen, Gordt Bijl lende Johan in gen Huijs, schepenen door Willem Fijtse ende Metgen eheluyden. Alnoch een gelijck acte den 25 octobris 1604 gepasseert voor Johan Romer, richter, Jo- han in gen Huijs ende Antonius van Beringen, scheepenen door Neesken Thijs de Mullers dochter. Daerenboven een acte van overdraght den 29 octobris 1669 gepasseert voor Johan Romer, richter, Joost Droesbeque ende Christiaen Goldt, scheepenen door Jan Coenen ende Agnes Cleyninghs ehe- luyden, voorts Joannes van Duijren ende Margriet Cleijnninghs oock eheluyden ten behoeve van Jelis Peters ende Hendrichsken Huijskens eheluyden. Vorts eenen originelen contracte den 14 mey 1670 tusschen Johannes van Duijren ende Jelis Peters ingegaen wegens het optimmeren der muyre tusschen hunne erven gelegen door hun beyde ende ge- tuygen onderteeckent. Item eene sententie tusschen de weduwe Je- lis Peters ende Hubert van Meurs den 12 july 1714 bij de gerichte alhier uytgesproec- ken. Wyemede eene specificatie van vacatien van den procureur van parthije mitte quytan- tie daeronder staende."
"Aldus gepasseert tot Venlo den 2. decembris 1772" J. v.d. Vaero, scholtis, L. Timmermans en W. Thijssen, schepenen der stad Venlo, verklaren dat P. Skene, deurwaarder van het Hof te Venlo, krachtens authorisatie van dit Hof dd. 14 januari 1768, overdraagt aan procureur Valck, namens F.G. van Durselen en G.J. Olijslagers, het eigendomsrecht dat Herm. Keerns heeft verworven van een huis en erf gelegen op de Vleesstraat naast enerzijds het erf van J.N. Sleurs en anderzijds de weduwe en erfgenamen Sijben, belast met een kapitaal van 200 pattacons ten behoeve van de weduwe en erfgenamen van Matthijs van Pelt; een huis gelegen op de Kleyn Kerckstraete [Kerkstraat] naast het erf van het Benificie van de E.H. Donné; een huis en erf gelegen op het Wijngaertstraetje [Wijgaardstraat] naast het erf van de weduwe Van Aerssen; 80 roeden moeshof gelegen buiten de Laerpoorte [Laarpoort]; 40 roeden moeshof gelegen aan de Helbeek, zijnde deze gezamelijke erven, boven de reeds genoemde last, volgens gerichtsakte dd. 11 september 1745 en bijbehorend contract verbonden aan de alimentatie en het onderhoud van Anna Elisabeth Causser weduwe van Bronne Keerres; een kapitaal van 750 tijksdaalder ten laste van de erfgenamen van wijlen oud-burgemeester H. van Darth, en 350 rijksdaalder ten laste van de huizen genaamd het Reijpken en Sint Caecilia, welke twee kapitalen en voornoemde erven verpand waren aan doctor Joh. Franc. Daumerie voor in totaal 20.680 gulden Kleefs volgens gerichtelijke brief dd. 15 april 1762 en later verminderd tot 7600 gulden Kleefs; 1/3 deel van het huis genaamd Sint Caecilia gelegen op de Kleyn Kerckstraete en twee huisjes gelegen achter de brouwerij het Reypken, belast met een kapitaal van 800 gulden volgens zegelbrief dd. 6 februari 1760 ten behoeve van scholtis J. v.d. Vaero, waarvoor het huis het Reypken eveneens als onderpand dient volgens een akte dd. 5 september 1764 verleend aan voornoemde Van Durselen en Olijslagers op de laatste zitting van 6 december 1767
"Aldus gepasseert tot Venlo 24 february 1785" J.C. van den Vaero, licentiaat in de rechten, scholtis, J.L. Timmermans en C. Busker, schepenen der stad Venlo, verklaren dat Louis de Bassij, vaandrig in het regiment van de prins van Hessen-Darmstadt in Staatse dienst, met een op gisteren door dit gericht verleend octrooi, verkocht heeft aan Aloisius Van Baerle een jaarlijkse rente van 80 gulden Kleefs (64 gulden indien betaald wordt binnen 14 dagen na de vervaldag) ten laste van de helft van een huis en erf gelegen op de Hoogstraat naast het erf van raadsverwant Keuller (het hele huis is belast met een kapitaal van 300 rijksdaalder ten behoeve van de erfgenamen L. Mons), de helft van een huis en erf gelegen op de Lomstraat tegen de Kleene Merkt [Markt] naast enerzijds erf van A. Willemsen en anderzijds erf van W. Timmermans (jaarlijks belast met 7 rijksdaalder wegens een mis), de helft van een huisje gelegen achter het voornoemde huis naast de stal van Francis van Liebergen, de helft van een moeshof gelegen buiten de Geldersche [Gelderse] Poort naast erf van C. Receveur, de helft van 1 ¼ morgen beemd gelegen achter het Nieuw Huys buiten de Ceulsche [Keulse] Poort naast de erven van Antoin en Francis van Liebergen, en de helft van ¾ morgen beemd gelegen buiten de Ceulsche Poort in de Groenstraat naast erf van ontvanger Poell; zijnde het voornoemde huisje, moeshof en de twee beemden samen belast met een kapitaal van 500 rijksdaalder ten behoeve van de bakker Joseph Bloem. Zijn moeder, de weduwe De Bassij, geassisteerd met haar momber Caspar Hermans, doet bij deze tevens afstand van haar vruchtgebruik van voornoemde helft van deze goederen. Ondertekent door secretaris H. Opdenoorth. Met de zegels van de scholtis en van schepen Timmermans. Het zegel van schepen Busker is verloren.
Kenmerken
Datering:
1351 - 1796
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Archieven
© Copyright 2012  |  Gemeentearchief Venlo