| Korte introductie op het verleden van
Tegelen en Belfeld Vanaf 1 januari 2001
bestaat de gemeente Venlo uit de stadsdelen Venlo en Blerick (de voormalige gemeente
Venlo), Tegelen en Steyl (voormalige gemeente Tegelen) en Belfeld (voorheen een
zelfstandige gemeente). Dat betekent onder meer dat de activiteiten van het
gemeentearchief Venlo op het gebied van het historisch onderzoek en de geschiedschrijving
worden uitgebreid met de aandachtsgebieden Tegelen en Belfeld.
De bestudering van de geschiedenis van met name Tegelen kent nogal wat problematische
aspecten, zoals bijvoorbeeld de situatie ten aanzien van de historisch archieven, die
grotendeels verloren zijn gegaan en die voor zover er materiaal bewaard is gebleven
ten dele in het buitenland (Duitsland) berusten.
Er is dus nog veel werk te verzetten voordat het gemeentearchief via de studiezaal en via
de internetsite adequate informatie kan verstrekken over het verleden van de nieuwe
stadsdelen Belfeld en Tegelen. Om hiermee een begin te maken is door een van onze
medewerkers op basis van bestaande literatuur een tweetal teksten geschreven over beide
plaatsen. In kort bestek wordt geprobeerd een korte inleiding in de geschiedenis van
Tegelen en Belfeld te verschaffen; waarbij zowel politiek-staatkundige, rechterlijke en
kerkelijke aspecten aan bod komen. In een aantal noten wordt verwezen naar verdere
literatuur. Zoals de auteur Martijn Icks zelf al aangeeft pretenderen deze
teksten niet meer te zijn dan een eerste bescheiden verkenning van het verleden van
Tegelen en Belfeld.
Tegelen - een korte geschiedenis
(door Martijn Icks)
Volgens het standaardwerk van pastoor Driessen over de
geschiedenis van Tegelen stamt de naam 'Tegelen' uit de Romeinse tijd. 'Tegelen' is
waarschijnlijk een verbastering van het oude woord tegula, wat dakpan betekent.(1) In
vroeger tijden lag op de plaats van het dorp namelijk een kamp, waarbinnen zich
verscheidene pannen- en plavuizenfabrieken bevonden. Ook was er een Romeinse grafplaats in
de nabijheid.(2) Een andere theorie zegt dat de naam afkomstig is van het Middeleeuwse
woord 'tiglau', een lokale bestuurlijke eenheid.
Het huidige Tegelen (destijds Tiglo, Tiggelen of een variant hierop) groeide in de loop
van de geschiedenis uit van een kamp tot een klein dorp, een ontwikkeling die werd
gestimuleerd door de aanleg van steenbakkerijen op Tegels grondgebied. Het is met
materiaal uit deze steenbakkerijen dat Venlo grotendeels is gebouwd.(3)
De nederzetting Steyl ontleent haar naam waarschijnlijk aan de steile oevers waarop het
eerste huis gebouwd werd, destijds het 'Steyler-huis' genoemd. Dit gebouw is in 1825
afgebroken.(4) Een alternatieve verklaring voor de naam 'Steyl' door pastoor Driessen
wijst op de aloude Maasovergang die zich hier bevindt: 'aen gen steyl' betekent niets
anders dan 'aan het veer'.(5)
In 1896 kreeg Tegelen op verzoek een eigen gemeentewapen: Sint-Maarten die een deel
van zijn mantel afsnijdt en aan een bedelaar geeft. Uit een akte van 1635 was namelijk
gebleken dat Tegelen deze afbeelding vroeger als zegel had gebruikt. Omdat Tegelen tot het
hertogdom Gulik had behoord, werd aan de voet van Sint-Maarten de Gulikse leeuw
geplaatst.(6)
Sinds augustus 1991 beschikt Tegelen over een nieuwe gemeentevlag. Het oude vaandel
bestond uit drie evenhoge horizontale banen met de kleuren rood, geel en zwart. Deze
kleuren waren ontleend aan het gemeentewapen. Omdat de vlag echter teveel leek op de
Duitse en Belgische nationale vlaggen, besloot de gemeenteraad op 24 april 1991 een nieuw
ontwerp van de Utrechtse vlaggendeskundige drs. J.F. van Heijningen goed te keuren. De
nieuwe vlag bestaat uit een geel en een rood kleurvlak, gescheiden door een diagonale lijn
oplopend van linksonder naar rechtsboven. Deze diagonale scheiding symboliseert
traditiegetrouw Sint-Martinus. Bovendien geeft de oplopende lijn het hoogteverschil binnen
de gemeente aan, namelijk van 20 meter boven NAP bij de Maas tot 50 meter NAP bij de
Duitse grens. Pontificaal in het midden zien we het silhouet van de Gülickse leeuw, die
eveneens deel uitmaakt van het Tegelse wapen.
Politieke of staatkundige geschiedenis
Tot omstreeks 1330 was Tegelen een soevereine heerlijkheid,
die slechts in naam onder de keizer van het Heilige Roomse Rijk viel. De Tegelse heren
erkenden reeds in de 12de eeuw de graven van Gelder als leenheer, maar weigerden het gezag
over de 'alde heerlyckheyt' aan hen over te dragen.(7) Toen de Gulikse graaf Gerard VII
dan ook de Tegelse soevereiniteit verwierf (hij incorporeerde het dorp tijdens een wedloop
met de de Gelderse heer om zoveel mogelijk gebied in zijn macht te krijgen(8)), voelde
Gelder zich 'gepasseerd'. Desondanks bleef Tegelen Guliks tot 1801; het was ingedeeld bij
het ambt Bruggen.(9)
Aan het einde van de 18de eeuw, toen
Frankrijk na de roemruchte Franse Revolutie aan een grote expansie was begonnen, werd ook
Tegelen door haar troepen bezet. Waarschijnlijk gebeurde dit op 5 oktober 1794. De bezette
gebieden tussen Maas en Rijn kwamen met volmacht van de Franse regering in handen van de
volksrepresentanten Hausmann, Frécine en Joubert, die een nieuw bestuur instelden. Het
hertogdom Gulik, dat sinds 1777 deel uitmaakte van het keurvorstendom Beieren, kwam te
behoren tot het arrondissement Aken. Hier zetelde de president van het Nederrijnse gebied,
hoofd van het regionale bestuur dat door de Fransen was ingesteld, de zogenaamde
Administration Centrale.(10)
Op 17 oktober 1797 werd de Vrede van Campo Formio getekend, waarbij de inbezitneming van
Tegelen door Frankrijk werd uitgesproken. Drieëneenhalf jaar later, bij de Vrede van
Lunéville (op 9 februari 1801), werd de daad bij het woord gevoegd: Tegelen werd
definitief bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Het behoorde toen al een aantal jaren tot
het departement van de Roer, arrondissement Krefeld, kanton Bracht.(11) De Burgerlijke
Stand, die boven de grote rivieren pas in 1811 werd ingevoerd, werd in Tegelen in de zomer
van 1798 ingesteld.
Net als andere plaatsen mocht Tegelen in 1798 een eigen agent municipal en adjoint kiezen.
De gezamenlijke agenten en adjoints vormden de municipale administratie van het kanton
Bracht, met aan het hoofd een president die voorzitter was. Naast dit bestuur stond een
vertegenwoordiger van het departementaal bestuur, de zogenaamde commissaire du directoire
exécutif, die in contact stond met de centrale administratie van het Roerdepartement.
Hoewel hij geen stem had bij beraadslagingen van de municipale administratie, mochten
zonder zijn medeweten geen beslissingen worden genomen. Bovendien kon hij besluiten
annuleren als ze hem onwettig voorkwamen. Hij was dus een politiek toezichthouder met
grote bevoegdheden.
Op de drempel van de 19e eeuw vonden wederom veranderingen plaats in de organisatie van
het bestuur. Krachtens de nieuwe gemeentewet van 17 februari 1800 werd de
kantonsmunicipaliteit opgeheven. De gemeente Tegelen werd voortaan een mairie genoemd. In
plaats van de agent municipal kwam een maire met één of meer adjoints. Daarnaast werd
een conseil municipal ingesteld van 10 tot 30 leden. Deze laatste had echter nauwelijks
bevoegdheden.(13)
Het einde van de Franse tijd had geen directe invloed op het plaatselijke bestuur; alleen
de in 1800 aangestelde maire werd korte tijd 'burgemeester' genoemd. Dit veranderde in
1818, toen bij koninklijk besluit een reglement van bestuur voor het platteland werd
vastgesteld. Elke plattelandsgemeente in Limburg kreeg ingevolge dit reglement een schout,
benoemd door de koning, aan het hoofd, terwijl het plaatselijk bestuur verder bestond uit
twee schepenen en een gemeenteraad. In 1825 werd de naam 'schepenen' vervangen door
'assessoren'.
Op nationaal niveau werd Tegelen een twistappel tussen Pruisen en Nederland. Toen de
Pruisische gouverneur-generaal Sack op 12 mei 1815 de volgens de Wener grensbepaling aan
het koninkrijk der Nederlanden toegewezen gebieden overdroeg bleef Tegelen door Pruisen
bezet; het verschafte Pruisen namelijk toegang tot de Maas. Pas op 24 februari 1817, als
gevolg van het Tractaat van Aken, werden Tegelen en Steyl aan de Nederlanden
overgedragen.(14) Voortaan behoorden ze tot de nieuwe provincie Limburg.(15) In ruil
hiervoor kregen de Pruisen Herzogenrath en de rechten op een weg bij Aken.(16)
De volgende episode in de staatkundige geschiedenis van Tegelen vond dertien jaar later
plaats. Bij de Belgische omwenteling in 1830 stond geheel Limburg, dat immers tot de
zuidelijke provinciën behoorde, aan de kant van België. Het provinciebestuur van Limburg
zetelde in die tijd in Hasselt, het landsbestuur in Brussel. Ingevolge het Tractaat van
Londen (19 april 1839) werden de provincies Limburg en Luxemburg elk in twee stukken
verdeeld. Limburg kreeg een Nederlands en een Vlaams deel. Tegelen, dat tot het
eerstgenoemde deel behoorde, kwam onder Nederlands gezag.(17)
Hoewel onder Belgisch bestuur een en ander was veranderd, werden alle bestaande ambtenaren
in eerste instantie aangehouden. De grondwet van 1848 en de gemeentewet van 1851 brachten
daar verandering in. Voortaan werd elke gemeente bestuurd door een gemeenteraad en een
college van burgemeester en wethouders. Deze gemeentewet vormt nu, anno 2000, in herziene
vorm nog steeds de grondslag voor de samenstelling van het plaatselijk bestuur.
Eénmaal ontglipte Tegelen aan het Nederlands gezag, en wel in de periode 8 september 1944
- 1 maart 1945. Als gevolg van een zogenaamd bestuurtechnische indeling werd het bestuur
van de gemeente Tegelen toen overgenomen door de Duitse Ortsgruppe Tegelen van de NSDAP.
Ortsgruppenführer Potthof, de nieuwe burgemeester, arriveerde op 8 september '44 op het
stadhuis. Toen de Amerikaanse bevrijders enkele maanden later (op 1 maart 1945) vanuit
Kaldenkerken de gemeente binnentrokken, was een inlijving bij Duitsland van de baan.
Sindsdien hoort Tegelen weer bij Nederland en wordt, als voorheen, geregeerd in naam der
koningin.(18)
Binnenkort (op 1 januari 2001) zullen bestuurlijke
herindelingen in Noord-Limburg plaatsvinden. Tegelen zal als gevolg hiervan komen te
behoren tot een nieuwe gemeente Venlo, die daarnaast zal bestaan uit de huidige gemeenten
Belfeld, Venlo en een deel van de gemeente Grubbenvorst (namelijk de veiling).
Geschiedenis van de rechtelijke organisatie
Tot in de 16de eeuw kende Tegelen zijn eigen gerecht, dat was
ontstaan uit een oud buurschapsgerecht in de tijd der Frankische koningen. Het bestond uit
zeven schepenen die niet alleen over civiele zaken en kleine misdrijven oordeelden, maar
tevens over zware vergrijpen.(19) Hierin kwam verandering in 1555, toen de gerechten
Tegelen, Kaldenkerken, Breyell, Boisheim, Born, Brüggen en Bracht werden verenigd tot een
Dingstoel van Zeven Schepenen. Deze had een centrale rechtbank die gezeteld was in Bracht,
maar na 1772 verplaatst werd naar Brüggen. Hier was ze echter geen lang leven beschoren:
al in 1795 verplaatste de Franse Administration Centrale het gerecht naar Dülken.(20)
Na de juridische herindeling van 1555 hield Tegelen twee schepenen over, waarvan er één
naar Bracht ging om recht te spreken. Na 1772 behield iedere plaats van het ambt slechts
één schepen; de drie oudsten spraken recht.(21)
Grote veranderingen in de rechtspraak vonden plaats in 1798. In dat jaar werd het door de
Fransen bezette Rijnland op juridisch gebied gelijkgeschakeld met Frankrijk. Ieder kanton
kreeg in haar hoofdplaats een zogenaamd 'vredegerecht' met een vrederechter. In het kanton
Bracht, waaronder Tegelen viel, betekende dat dat de rechtbank van Dülken weer
terugverhuisde naar Bracht. Hoger beroep kon worden aangetekend in de hoofdstad van het
arrondissement; voor het vredegerecht van Bracht was dat Krefeld.(22)
Het gebruik van de Franse taal werd bij veel juridische procedures verplicht gesteld.
Bovendien werden ook twee Franse wetboeken geïntroduceerd, de 'Code Penal' uit 1791 en de
'Code des Delicts et des Peines' uit 1795. Napoleon bracht later grote eenheid in de
rechtspraak door alle oude wetboeken te vervangen door vijf nieuwe; deze vormen de basis
voor de huidige rechtspraak.(23)
Tot 1817 viel Tegelen onder het arrondissement Krefeld, departement van de Roer. Toen het
daarna bij het koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, kwam het onder kanton Venlo,
arrondissement Roermond, waartoe het nog altijd behoort.(24)
Kerkelijke geschiedenis
Volgens overlevering werd de eerste kerk in Tegelen omstreeks
720 gesticht. Zij was toegewijd aan Sint-Martinus. Het was een moederkerk of ecclesia
matrix, wat wilde zeggen dat het een parochiekerk was met volledige rechten. Hoe groot de
parochie precies was, is niet met zekerheid te zeggen, maar de kerken van Venlo en
Kaldenkerken waren volgens Driessen, die zich baseert op de oudste registers van het
dekenaat Wassenberg, dochterkerken van de parochie Tegelen.(25) Ook de veel later
gestichte kerk in Belfeld was een dochterkerk van de Tegelse ecclesia matrix.
Omstreeks 990 kwam de parochie Tegelen, waarvan intussen verschillende delen waren
afgescheiden en zelfstandig geworden, onder het bisdom Luik. Het bleef onderdeel van het
dekenaat Wassenberg, waar het van oudsher toe behoorde, en dat op zijn beurt weer een
onderdeel vormde van het aartsdiakonaat Kempenland. Deze verhouding tot dekenaat,
aarts-diakonaat en bisdom bleef bestaan tot 1559, toen in de Nederlanden nieuwe bisdommen
werden opgericht.(26)
De herindeling van bisdommen was een initiatief van de Spanjaarden, die de Nederlanden
wilden onttrekken aan de jurisdictie van geestelijken die niet binnen hun machtsgebied
zetelden. Men wilde Tegelen indelen bij het bisdom Roermond. Omdat de gemeente echter niet
onder Spaans gezag viel, kwamen de hertog van Gulik en andere belanghebbenden hiertegen in
opstand. Het gevolg was dat Tegelen bleef behoren tot het bisdom Luik, het aartsdiakonaat
Kempenland en het dekenaat Wassenberg, die alledrie een verkleining hadden ondergaan.(27)
De Reformatie ging niet aan Tegelen voorbij: in de jaren '60 van de 16de eeuw werd er door
verscheidene protestantse predikanten gepredikt. Hun toehoorders waren voornamelijk
Venlonaren. Korte tijd, van 1567 tot 1575, werd op initiatief van de kasteelheer zelfs
officieel gesproken van de 'gereformeerde gemeente Tegelen'.(28) Deze kasteelheer, Frans
van Holtmeulen, maakte in 1563 misbruik van zijn patronaatsrecht (het recht een priester
voor te stellen aan de bisschop ter benoeming tot pastoor) door een ketterse pastoor niet
alleen voor te dragen, maar ook eigenmachtig aan te stellen. Overigens werd later door de
Franse Revolutie een einde gemaakt aan het patronaatsrecht. Sedert ca. 1802 hebben
bisschoppen de vrijheid in pastoorsbenoemingen.(29)
Omdat het merendeel van de Tegelenaren katholiek bleef, wist men in 1575 met behulp van de
hertog van Gulik de gereformeerde predikant Clementius van het Tegels grondgebied te
verdrijven. Zo kwam er een einde aan de 'reformierte Gemeinde Tegelen'.(30) Belfeld, dat
zich van meet af aan tegen het protestantse 'avontuur' had verzet, was inmiddels (in 1571)
door de bisschop van Roermond tot zelfstandige parochie verheven.
Aan het begin van de 19de eeuw, toen de Fransen in Tegelen zaten, werd door
vertegenwoordigers van paus Pius VII en Napoleon een concordaat gesloten waarin werd
bepaald dat er een nieuwe omschrijving van bisdommen op het Franse grondgebied zou
plaatsvinden. Zetelende bisschoppen zouden moeten aftreden. Tegelen, dat ruim 800 jaar
door de bisschop van Luik was bestuurd, kwam nu te vallen onder het geheel nieuwe bisdom
Aken, dat samenviel met het departement van de Roer en het departement van Rijn en Moezel.
Dekenaten bestonden niet meer; men volgde de burgerlijke indeling in kantons (er werd
gesproken van 'kantonparochies').(31)
De daaropvolgende jaren vonden in Tegelen veel wisselingen plaats van het kerkelijk gezag.
Het bisdom Aken werd in 1821 door de paus opgeheven, waarna de parochie Tegelen onder
administratuur van Luik kwam. Dit duurde tot 1833, toen Tegelen bij het nieuw opgerichte
dekenaat Venlo werd ingedeeld. Omdat de Nederlandse regering in 1839, toen ze de
onafhankelijkheid van België erkende, wenste dat Luik niet langer geestelijke rechtsmacht
op Nederlands gebied zou uitoefenen, werd Tegelen - net als de rest van Limburg - door een
apostolisch administrator bestuurd en in 1853 ingedeeld bij het in dat jaar opgerichte
bisdom Roermond.(32)
Tot 1931 veranderde er niets. Toen werd de parochie van het Heilig Hart van Jezus
opgericht, in 1933 gevolgd door de parochie Heilige Rochus te Steyl. Beide hielden een
verkleining van de Tegelse Sint-Martinusparochie in. In de jaren 1949-1950 ontstond
daarnaast ook nog de parochie van Sint-Jozef, die delen van het noordelijke territorium
afknabbelde.(33) Daarna vonden er geen nieuwe oprichtingen meer plaats. In 1956 werd
Tegelen niet langer ingedeeld bij het dekenaat Venlo, maar werd een zelfstandig dekenaat,
waartoe ook de parochies van Belfeld, Beesel en Reuver behoorden.
Kloostergeschiedenis
De gemeente Tegelen kenmerkt zich door een groot aantal
kloosters. Zeven geestelijke ordes, verspreid over meerdere lokaties, zijn in Steyl en
Tegelen gevestigd. Dit zijn de paters van de SVD, de Cisterciënsers of Trappisten, de
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid, de Dienaressen van de Heilige Geest (Blauwe
Zusters), de Dienaressen van de Heilige Geest van de Altijd Durende Aanbidding (Roze
Zusters), de Zusters van Onze Lieve Vrouw en de Zusters Benedictinessen van het Heilig
Sacrament.(34) Op de oorsprong van deze kloosterrijkdom zullen we hieronder wat nader
ingaan.
Rector Arnoldus Janssen, de man die zo'n belangrijke rol speelde bij de stichting van
verscheidene kloosters in Tegelen, werd op 5 november 1837 geboren te Goch. In 1861 werd
hij tot priester gewijd en zes jaar later kreeg hij de leiding over het Apostolaat des
Gebeds in het bisdom Munster. Om zich beter aan de voortplanting des geloofs te kunnen
wijden vroeg hij aan zijn bisschop de rectorsplaats te mogen bekleden bij de Ursulinen te
Kempen. Bij zijn pogingen de missieliefde te bevorderen was het voor hem een grote zorg
dat Duitsland geen eigen missieseminarie kende, zoals andere landen. Aangespoord er zelf
een te stichten ging hij op zoek naar een geschikte plaats en vond die in 1875 te Steyl,
dat dicht bij de grens lag en makkelijk vanuit Duitsland viel te bereiken. Janssen zag af
van de stichting van een missiehuis in eigen land omdat de katholieke kerk daar destijds
door de regering werd vervolgd - de zogenaamde 'Kulturkampf'.(35)
Aanvankelijk had Arnoldus Janssen in Steyl te kampen met tegenslagen. Hij had weinig geld
en de aanwas van zijn missiehuis, dat oorspronkelijk een missieseminarie had moeten
worden, wilde niet vlotten. Op een gegeven moment keerde echter het tij en vanaf toen werd
de plattegrond van Steyl steeds meer gedomineerd door de gebouwen die door de rector
werden opgetrokken. Er ontstond een klooster voor de Roze Zusters, een klooster voor de
Blauwe Zusters en een (voor die dagen) kolossale drukkerij.(36) Als gevolg van de
'Kulturkampf' kwamen ook andere ordes de grens over, zoals de Zusters van de Goddelijke
Voorzienigheid. Bij de dood van rector Janssen in 1909 telde het missiewerk te Steyl 428
priesters, 700 broeders en 500 zusters.(37) Zo groeide Steyl in de loop van de 19de en
20ste eeuw uit tot het 'Vaticaanstad van Limburg' dat het nog altijd is.
N.B. De informatie in dit document heeft slechts ten doel een globale indruk te geven van
de politiek-staatkundige, juridische en religieuze geschiedenis van Tegelen en pretendeert
geenszins volledig te zijn. Bovendien zijn de gebruikte bronnen op sommige punten in
tegenspraak met elkaar, zodat de juistheid van bepaalde gegevens niet volledig kan worden
gegarandeerd. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de titels vermeld in
de voetnoten.
Noten:
1) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 17.
2) P.M. Canoy, G. Peeters, Geschiedenis van Tegelen - Steyl - Belfeld (Tegelen 1980) p. 5.
3) Idem.
4) Ibidem p. 5-6.
5) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 31.
6) Ibidem p. 69-70.
7) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 10-11.
8) Ibidem 23.
9) Ibidem 10-11.
10) M.P.H.M. Dings, Tegelen in de Franse Tijd 1794-1814 (Tegelen 1987) p. 7, p. 15.
11) W. v. Mulken, Inventaris van de archieven der gemeente Tegelen 1601 - ca. 1929
(Maastricht 1974) p. 7.
12) S. Graumann, Französische Verwaltung am Niederrhein. Das Roerdepartement 1798-1814
(Essen 1990) p. 32, 36-45, 73-74, 83-88.
13) W. v. Mulken, Inventaris van de archieven der gemeente Tegelen 1601 - ca. 1929
(Maastricht 1974) p. 7-8.
14) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 14.
15) W. v. Mulken, Inventaris van de archieven der gemeente Tegelen 1601 - ca. 1929
(Maastricht 1974) p. 7-8.
16) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 14.
17) Idem.
18) Ibidem p. 63, 65.
19) M.P.H.M. Dings, Tegelen in de Franse Tijd 1794-1814 (Tegelen 1987) p. 32-33.
20) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 65.
21) M.P.H.M. Dings, Tegelen in de Franse Tijd 1794-1814 (Tegelen 1987) p. 33.
22) Idem.
23) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 65.
24) Ibidem p. 194.
25) Ibidem p. 195.
26) Idem.
27) Ibidem p. 209-210.
28) Ibidem p. 204-205.
29) Ibidem p. 209-210.
30) Ibidem p. 196.
31) Ibidem p. 197.
32) Ibidem p. 197-199.
33) Afdeling Algemene Zaken, Gemeentesecretarie Tegelen, Suurland's Vademecum, officiële
gids voor de gemeente Tegelen (Eindhoven 1980) p. 71-73.
34) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 275-278.
35) H. Camps, Steyl, prenten met een praatje (Venlo 1982) p. 11-23.
36) Th. W. J. Driessen, Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952) p. 281.
37) Ibidem 275.
____________________
© Gemeentearchief Venlo, laatst gewijzigd 4 november 2000 |